Doel en gebruik
Bestrijdingsmiddelen worden ook wel gewasbeschermingsmiddelen genoemd omdat ze gewassen beschermen tegen plagen tijdens de teelt, verwerking, opslag en transport. In totaal worden in de land- en tuinbouw meer dan zeshonderd bestrijdingsmiddelen gebruikt. Afzonderlijk of in combinatie met elkaar voorkomen of bestrijden ze ziekten en insectenplagen. Bijvoorbeeld insecten die de plant aanvreten of schimmels en bacteriën die de planten ziek maken worden zo bestreden. In de land- en tuinbouw worden daarnaast middelen gebruikt die de groei of bloei van de planten reguleren. In plaats van bestrijdingsmiddelen worden soms natuurlijke vijanden gebruikt om plagen en ziektes te bestrijden, zoals de sluipwesp of roofwants.
Resten bestrijdingsmiddelen
Bestrijdingsmiddelen worden gesproeid of verstuifd op de plant of als korrels op de aarde gestrooid. Ze zijn meestal niet afspoelbaar waardoor de boer ze niet na elke regenbui opnieuw hoeft te gebruiken. Ze dringen vaak door in het product. Het wassen en schillen van fruit en groente heeft daarom weinig effect op mogelijke resten bestrijdingsmiddel in de vrucht of groente. Soms worden eventuele resten bestrijdingsmiddel afgebroken als de groente wordt gekookt.
Toekomst: minder bestrijdingsmiddelen
Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft in een meerjarenplan gewasbescherming met de land- en tuinbouworganisaties afgesproken het gebruik van bestrijdingsmiddelen terug te brengen. De afspraak is om in 2010 nog maar twintig tot dertig procent te gebruiken van de hoeveelheid die in de jaren tachtig werd gebruikt. Sommige landbouworganisaties hebben bezwaar tegen het verbod op sommige middelen omdat deze onmisbaar zouden zijn. Voor sommige milieubelastende middelen is daarom een uitzondering gemaakt: gedurende een bepaalde tijd mogen ze nog gebruikt worden.